Bertone

Voor gesprekken over andere auto's, het weer, nieuws of weer wat anders.
De grote verzamelbak van het forum.
mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » di 31 dec, 2019 15:51

Clochard in geparfumeerde eend

Moulin de la Galette was een bouwvallige molen met vele even zo krakkemikkige aanbouwsels, verhuurd aan een samenraapsel van nogal van de middenmoot afwijkende bewoners. We voelden ons thuis tussen de kleurrijke verzameling zonderlingen, waaronder kunstenaars, dichters en schrijvers. Met dat zootje ongeregeld was elke dag wel wat te beleven, dagelijkse sleur was niet aan ze besteed. Montmartre, hoog verheven boven de stad, had toentertijd niets verhevens in de andere betekenis van het woord, het was niet de wijk waar iedereen wilde wonen. Wij wel. Het voelde elke keer weer als thuiskomen.

Onze eend stond meestal “voor het grijpen”, direct om de hoek en had inmiddels door de zoete geur die er constant omheen hing, de dichterlijke naam “la voiture parfumé” verworven. Men vond dat de auto naar sinaasappels rook maar in werkelijkheid was de geur afkomstig van appels. Als iemand vroeg waar die culinaire geur toch vandaan kwam wezen we op de eend, kijk daar staat het exquise gerecht : “Canard a l’Orange”. Het kwam toevallig zo uit dat de 2cv oranje-gelig van kleur was, een hippiekleur die het ding al had voordat we hem kochten.

De roemruchte clochard waarover ik al verhaalde, vervoegde zich vaak bij ons in de molen om gezellig te komen ontbijten op onze kamer. “Die Hollanders hebben altijd blikken met verrukkelijk bruin plakspul bij zich als ze naar Parijs komen, stroop noemen ze het, iets lekkerders heb ik nooit op mijn baguette gesmeerd.” vertelde hij aan iedereen die ’t wilde horen. De typisch Limburgse lekkernij ging door zijn overdrijven, een eigen leven leiden op Montmartre.
Als we iets van iemand gedaan moesten krijgen, kochten we de betreffende persoon om met een blik: “Canisius rinse appelstroop,” uit Schinnen. Dus steeds als we afreisden richting de lichtstad, plunderden we de hele Canisius voorraad van Heerlen tot Maastricht uit Edah-winkels,, die toen nog in elk dorp te vinden waren. “Kijk daar hebben we onze stroop-stropers,” zei een uitbater van de grootste Edah winkel in Maastricht steeds weer als we het spul kwamen inslaan.
Onze eend leek wel een rijdende stroopuitdragerij als we vertrokken en iedereen in Parijs wilde weten wat dat geheimzinnige toverwoord “rinsche” later geschreven als rinse, toch wel moest betekenen dat prominent op alle Canisius potten en blikken prijkte. Henk vertelde dan steeds hetzelfde sterke verhaal dat het een magisch levensverlengend elixer was, waarvan het geheime recept een vermogen waard was
Menigeen was het al opgevallen dat onze eend altijd omgeven werd door een inderdaad geheimzinnige zoete geur. De geparfumeerde eend werd het ding genoemd: “La voiture parfumé” .
Het alom in Limburg “veelgesmeerde” spul rook in die tijd heerlijk, had een doordringende neus om het in wijnjargon te zeggen en bleef lang hangen. Ook in en rond de eend was de geur niet “weg te slaan”. Maar dat had vooral te maken met het feit dat niet alle blikken ongeopend de eindstreep haalden. Niet alleen op baguettes kwam de stroop dan terecht, ook de vloer van onze eend was ermee gesmeerd.

Ik vergeet nooit dat de clochard vaker onze parfumeend leende om niemand wist waar naartoe te gaan. Een clochard met rijbewijs vonden we al wat vreemd, maar dat we niet mochten weten waarvoor hij de eend nodig had, vonden we nog vreemder en na verloop van tijd zelfs verontrustend. De vreemde vogel had wel meer geheim te houden, ook waar hij woonde, waarom dat niemand mocht weten? Schaamde hij zich ervoor? Woonde hij onder de bruggen?
Vaak was Bakkes de clochard met z’n gebeeldhouwde, karakteristieke kop de grootste trekpleister op Place du Tertre. Er zaten dan wel tien schilders om hem heen om die sprekende kop in olieverf te vereeuwigen op canvas. En allemaal moesten ze betalen, voor ons maakte hij ’n uitzondering.
De toeristen stonden er in groten getale omheen te gapen en enkele wachtten ongeduldig op de voltooiing van het doek waarop hun keuze was gevallen, om het meestal nog nat, mee te kunnen nemen. Hij hield ook fotosessies voor toeristen, meerdere per dag, waarvoor flink moest worden betaald. Fles wijn in de hand, zogenaamd zijn roes uitslapend, uit volle borst zingend, zittend op de grond tussen lege kratten, noem het maar op. Hij nam de pose aan die er van hem werd verlangd tegen klinkende dollars, als er maar betaald werd, liefst in dollars want de Franse frangskes waren alweer gedevalueerd voordat je ze in je kontzak kon steken.
Zijn prachtige kop was zijn inkomen, de status van clochard zijn verzekering. Ik zou wel eens willen weten in hoeveel zitkamers hij nog steeds aan de muur hangt. Niet iedereen weet kitsch van kunst te onderscheiden

Doortrapt,een lepe vogel was ‘t. Elke morgen was hij er al rond 10 uur en poseerde erop los, de godganselijke dag.

Ons onschuldig eendje speelde een cruciale rol in zijn ontmaskering, maar daarover later meer.

Fijne jaarwisseling

Theo
Laatst gewijzigd door mansvelste op wo 1 jan, 2020 17:13, 2 keer totaal gewijzigd.

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » wo 1 jan, 2020 11:32

Een gezond en fantastisch 2020 gewenst. Veel nieuwe ervaringen met je citroen hobby

Theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » ma 6 jan, 2020 12:01

Van chirurg tot clochard

Vóór onze tijd in Parijs was Bakkes de clochard al ongewoon populair op Place du Tertre en had dat mede te danken aan zijn papegaai Jakkes. De vogel was een onopgevoede vlegel, een gevleugelde terrorist in woord en uitdrukkingskracht.
Ik zie dat ik de sappige verhalen die de rondte deden over Jakkes heb opgeschreven.
Het verhaal ging dat de clochard Jakkes had overgenomen van een planten- en bloemenzaak, die de ongewoon spraakzame papegaai met het vocabulaire van een beschonken zeeman zogenaamd een paar weken in bewaring had gekregen van een gepensioneerde stuurman van een ferryboot, die vervolgens nooit meer kwam opdagen. Een delirium was hem fataal geworden.
De brutale vlerk Jakkes voelde zich op zijn gemak tussen het tropische groen en de kleurrijke bloemen van de winkel, maar was op den duur niet meer te handhaven. Iedere klant die vergat om iets lekkers mee te nemen dat hem beviel, schold hij op zo’n ordinaire wijze de huid vol dat de klandizie van de zaak er onder begon te lijden.
Bakkes mocht Jakkes gratis meenemen met kooi en voer voor een maand, mits het die zelfde dag nog zijn beslag kreeg dat de bemoeial compleet met appendage werd afgehaald.
Beide zonderlingen raakten verknocht aan elkaar en Jakkes mocht elke dag mee poseren op Place du Tertre. Hij zat op de schouder van Bakkes en schold iedereen verrot die passeerde of aandacht aan hem besteedde.
Kwam er een kale man voorbij dan werd deze uitgekafferd voor biljartbal in een snerpend Frans dat over het hele plein te horen was. Een vrouw in een bontjas werd krijsend verwelkomd met “Poessie Mauw!” Een man of vrouw met een veer op zijn of haar hoed - dat in die tijd in de mode was - werd beledigd met de gruwelijke verwensing: “Assassin” (moordenaar).

Zijn eerste baasje had zo te horen bijzonder veel aandacht besteed aan het feit dat Jakkes er duidelijk behoefte aan had om goed uit zijn woorden te komen. Vooral verwensingen had het kreng "omvleugeld". De waardering die de opgefokte papegaai verkreeg werd breed uitgedragen vooral bij kinderen, slechts een paar slachtoffers van zijn verwensingen konden hem wel schieten. Jakkes was het middelpunt van Place du Tertre en had meer vrienden dan vijanden, want menigeen schepte er genoegen in om zich eens flink te laten uitkafferen, omgeven door een hilarisch publiek.
Jammergenoeg hebben wij Jakkes nooit gekend, een jaar voordat Henk en ik voor het eerst Parijs in onze armen sloten, werd Jakkes gestolen. Blijkbaar had de dief een onbedwingbare behoefte aan een schepsel dat hem voortdurend een ontnuchterende spiegel voorhield en hem op snerpende toon wees op zijn lichamelijke tekortkomingen, anders was de ontvreemding niet te verklaren

Als wij Bakkes voorhielden dat hij eigenlijk clochard van beroep was in plaats van clochard uit noodzaak, begon hij zo quasi verontwaardigd – tenminste daar verdacht ik hem van - te vertellen over het noodlot dat zijn bestemming had bepaald, dat de ongeloofwaardigheid van zijn argumenten de overhand kreeg.
De discussie kon dan ongemakkelijk worden en zijn prachtige karakterkop in een mum vervormen tot een lelijke grimas. Dan bleek dat ook bij een ogenschijnlijk door alcohol bedwelmde clochard zielenroerselen het kunnen overnemen van de reden.
Vele jaren geleden was hij chirurg geweest, naar zijn zeggen veelgevraagd en altijd overwerkt omdat hij als een van de weinigen, gespecialiseerd was in levensreddende operaties waarbij het bekwame gebruik van z’n scalpel faam verwierf. Als er in die tijd al ergens levens moesten worden gered, dan was dat wel in het woelige Parijs van die tijd.

Bakkes vertelde erg plastisch en gebruikte bizarre metaforen om te overtuigen.
Zo had hij het als hij over zijn professie sprak over kilometerwerk, het aantal meters snijwerk dat hij per week meer uitvoerde dan de gemiddelde chirurg, waardoor hij nachten niet in zijn bed kwam en gedreven werd om de broodnodige afleiding en vergetelheid te zoeken in de uitwerking van coke en alcohol.
Door de vele aanslagen, het aantal verkeersslachtoffers door het toenemende verkeer, demonstraties die inmiddels aan de orde van de dag waren, was er steeds meer vraag naar de specialiteit van Bakkes de chirurg, maar deze specialiteit werd zijn ondergang en transformeerde hem, zo niet devalueerde hem tot Bakkes de clochard. De ene burn-out volgde de andere op en aangezien geen enkel medicijn werkte, zocht hij vergetelheid bij coke en drank.
Wordt vervolgd
Groet
Theo
Laatst gewijzigd door mansvelste op zo 19 jan, 2020 12:44, 2 keer totaal gewijzigd.

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 10 jan, 2020 00:35

Het verhaal over Jakkes de papegaai heb ik enorm ingekort, omdat ik ernaar streef dat anekdotes niet te breed worden uitgemeten op een auto-gerelateerd forum. Maar het volgende moet ik ( kort ) toch nog even uit de lange tekst halen en vertellen zie ik:
De verhalen die over de unieke papegaai gingen op Montmartre zullen zeker wel wat dik zijn aangezet door de bewoners en de dagelijkse aanwezigen op Place du Tertre, maar dat de kolderieke vogel een flinke woordenschat had is ons door meerdere mensen bevestigd, ook door een nuchtere ijsverkoper die er elke dag mee werd geconfronteerd. Jakkes was aanvankelijk opgevoed door een oude ferrystuurman en een grote groep zeelieden die er behagen in schepten om hem zo veel mogelijk woorden te laten uitbraken. Jakkes kende zelfs zijn adres uit zijn kop.
Dat is de reden dat hij enkele jaren later werd teruggevonden in een dierenasiel in het noorden van Frankrijk waar hij door iemand - waarschijnlijk overspannen van de druktemaker - was afgeleverd. De medewerkers van het asiel waren verrast door de grote woordenschat van de vogel en toen iemand op zekere dag vroeg: “hoe heet jij?” gooide de pientere vogel niet alleen zijn naam op de gebruikelijke snerpende toon eruit maar ook het adres en de postcode. Ongelooflijk, hoe was hem dat geleerd? Steeds weer als er specifiek naar zijn naam werd gevraagd, raffelde hij zijn adres en postcode af. Het was toen nog maar een fluitje van een cent om zijn verheugde baasje terug te vinden. Aan dit unieke voorval is ooit een flink krantenartikel besteed, waardoor het geen verzinsel bleek te zijn.
Groet
Theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 17 jan, 2020 08:24

De smiecht en de eend

“Wat deed jij in hemelsnaam gisterenavond in de chique Rue Duperré?’ werd me gevraagd door Gilbert, de kunstenaar met zijn opvallende glinsterende pretoogjes en zijn unieke enorme - met de hulp van ’n soort stijfsel - in opvallende art deco krullen uitlopende snor, die naast ons zat op Place du Tertre.
“Jouw eend reed de parkeergarage binnen van die vette protserige villa-appartementen, daar zal het ding wel een depressie hebben opgelopen tussen al die onbetaalbare, blinkende patserbolides. Heb je een rijke vriendin geritseld en mogen wij dat niet weten?”
Ik keek naar Henk en hij keek op hetzelfde moment in mijn richting, onze blikken hadden dezelfde intentie toen ze elkaar kruisten, zoiets van “aha, zie je wel” !
“ Jazeker,” ging ik op het plagende gesar van Gilbert in, “voorlopig wil ik onze relatie geheim houden op haar verzoek, dat heb je met die beroemdheden, maar ik blijf de tochtige en armoedige situatie in onze kamer in Moulin de la Galette toch nog maar even trotseren, voor als ze bij nader inzien de titelloze sloeber met z’n naar canard a l’orange ruikende eend gehuisvest op ‘n muffe locatie onder de wieken van ’n vervallen molen, te min vindt en inruilt voor ‘n met titels beladen graaf in ’n blits blinkende Rolls, gehuisvest in ’t met ‘n riedel sterren gedecoreerde Ritzhotel.”
Gilbert zag er niet alleen door zijn snor extravagant uit, zijn kleding was nog vreemder en de voorbij slenterende meute was over het algemeen meer geïnteresseerd in het uiterlijk van de persoon Gilbert Marraux dan in zijn kunstwerken. De aandacht trekkende, hoger dan normaal gehakte schoenen, zoals onze veel gelezen schrijver Ilja Pfeijffer ook graag draagt, de punten oplopend, met geperforeerd zilverbeslag op de bovenkant van de punt, moeten een vermogen hebben gekost. Een tijd geleden stond ik voor een schilderij in mijn " laatste kans 50% korting-schoenen" van de Bristol categorie en mijn blik werd getrokken door twee blinkende objecten op de vloer van de " kortingloze Rolls Royce categorie" die glinsterend naderbij schoven en waarin die dag een lijvige persoon in bizonbont was gestapt. De rijk versierde instappers waren van Ilja Pfeijffer, ik herkende hem meteen, hij verdrong zich net als ik tussen de nieuwsgierigen voor een schilderij van Gauguin samen met 'n veel jonger klein vrouwtje. Het viel me op dat hij veel kleiner en dikker was dan dat ik had ingeschat als hij op TV was. Ik moest ietwat omlaag kijken toen ik hem kort sprak.
Maar dit even terzijde, we gaan terug naar Parijs.
De veel te lange glanzende zilverkleurige stropdas droeg Gilbert op zijn hoofd als een zweetband, met de strop aan de achterkant. Zijn gouden bril was geen bril, maar twee in goud ingelijste glazen die zijn zwart omrande zwaar opgemaakte ijsblauwe ogen angstaanjagend vergrootten, als de spiedende prooizoekende ogen van een havik. Zijn schouderlange haren die hij graag alle kanten op liet zwieren ook als er geen wind was, leken wel verzilverd, zijn bakkebaarden verguld. De satijnen broeken die hij zonder uitzondering droeg. had hij in 7 tinten, voor elke dag van de week een andere kleur. Zijn hemd was witter dan wit, elke dag weer.
Zijn outfit verraadde zijn ambities, gewoon casual of modieus gekleed gaan was niet zij stiel, het moest extreem extravagant zijn en hopelijk veel waardering wegdragen. Dat het wel eens afkeurende blikken zou kunnen trekken, kwam niet in hem op. Hij kreeg er ’n kick van als alle ogen op hem gericht waren en wilde duidelijk het evenbeeld zijn van de Spaanse kunstenaar Dali, die de volledige kunstwereld in die tijd in vervoering bracht.
Bij zijn plek op het plein dat wel meer tot de verbeelding sprekende figuren herbergde, ontstonden de meeste opstoppingen in de lange rij slenteraars.
Zijn opmerkelijkheid trok filevormende aandacht.
“Denk jij hetzelfde als ik?” Henk keek me onderzoekend aan toen we alleen waren. “Zou Bakkes daar wonen, in de Rue Duperré in een van die onbetaalbare appartementen, of was hij er op bezoek? Gisteren reed hij in onze eend, waarom heeft hij hem toch zo vaak nodig in het weekeinde?”
De volgende ochtend vervoegde Bakkes de clochard zich niet toevallig in ons gezelschap, hij kwam de sleutels van de eend terugbrengen en we konden ons voorzichtig opmaken om de hevig op onze tong brandende vragen te stellen. Als je toch de sleutels moet terug brengen van ‘n geleende auto, kun je net zo goed mee eten, moet hij gedacht hebben. Bovendien ontbijten die Hollanders nogal copieus en dat went snel, vooral als er stroop uit een ver, onbeduidend maar gastronomisch oord als Schinnen op tafel staat. Stroop, hmmm…! Zijn ogen spraken verrukking.

Nooit eerder was de clochard zo opmerkelijk spraakzaam, zijn geheim was even later geen geheim meer, tenminste voor ons, we moesten plechtig zweren dat we er met niemand over spraken. Hij gaf toe dat het luxe appartement al vele jaren zijn angstvallig geheim gehouden stekkie was. Hij had het gekocht in de tijd dat hij nog chirurg was en woonde er met vrouw en twee kinderen totdat die vervloekte middelen hem in hun macht kregen, verslaving zijn intrede deed en hij met de dag onhandelbaarder werd en zijn vrouw terug naar haar ouders vertrok met meeneming van de kinderen en alle spaarcentjes.
Niet alleen bankrekeningen trok ze leeg, ook de jaguar verdween. En niets is zo moeilijk voor een van alle gemakken voorziene veelverdiener als het ontwennen aan een luxe vervoermiddel en het moeten wennen aan de oncomfortabele benenwagen. Zelfs compensatie via het af en toe lenen van onze sobere eend zorgt in die situatie voor uiterst welkome, weliswaar tijdelijke verlichting.
De waardering voor Bakkes de chirurg verdween met elke missnede van zijn scalpel, hij richtte steeds vaker onherstelbare schade aan onder invloed van verkeerde stimulantia en ontslag volgde. Hij begon zichzelf te verwaarlozen, scheerde zich niet meer en hulde zich in kapotte en ongestreken kleding. Op een dag werd zijn karakterkop voor de eerste keer gefotografeerd door voorbij lopende toeristen die het niet alledaagse portret van de sjofel geklede baardman met de sprekende ogen wilden vereeuwigen en kwam hij op een idee.
Bakkes de clochard was geboren en hij zorgde er angstvallig voor dat zijn woonadres geheim bleef. De daarop volgende vele jaren was hij na gedane arbeid in de vorm van het dagenlang poseren voor kunstenaars en toeristen, na het invallen van de duisternis via omwegen naar huis geslopen. Hij kon al snel zijn schulden aflossen en het appartement aanhouden.
“Als we dan toch nader tot elkaar komen, want dat is het toch wat bekentenissen teweeg brengen, dan zou je ook nog kunnen uitleggen waar je onze eend zo vaak voor nodig hebt,”zei Henk.
Wat hij toen met schorre stem vertelde werd een tranentrekkend verhaal dat ook Henk en mij emotioneerde, maar daarover later meer.

Groet

Theo
Laatst gewijzigd door mansvelste op za 18 jan, 2020 11:59, 1 keer totaal gewijzigd.

Gebruikersavatar
AZL57
Heavy user
Heavy user
Berichten: 4168
Lid geworden op: zo 2 sep, 2007 22:08
Locatie: kerkrade

Re: Bertone

Bericht door AZL57 » vr 17 jan, 2020 12:01

Theo je hebt schrijvers talent, hier zou je een leuk boek van kunnen maken... :extra_cool:
diverse Citroens, wat anders.

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 17 jan, 2020 23:23

Leuk compliment

ik heb materiaal voor wel 3 boeken maar ben te onzeker

groet

Theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 31 jan, 2020 00:27

Clochards komen niet alleen in Parijs voor. Elke stad heeft of had er wel enkele, ook Maastricht.

“de Kardinaal” en zijn vrouw “Rietje”zijn hilarische voorbeelden.
Een jonge man uit Maastricht had de naam kardinaal te danken aan de streken die hij uithaalde. Hij was doodleuk de sacristie van zijn parochie binnen gewandeld en had zich gehuld in het paarse tenue van de Deken om vervolgens plechtig door de Boschstraat te schreiden en alles om hem heen te zegenen met wijwater. Sindsdien werd hij de kardinaal genoemd.
Zijn vrouw verkoos het om alles wat ze te zeggen had en dat was heel wat, met zeer luide stem eruit te gooien. Ze kon het plotseling in haar hersens halen om ergens te gaan staan en luidkeels te schreeuwen. Haar naam Riet werd voortaan “De Loudspieker”.

Maar de meest tot de verbeelding sprekende clochard was rode Pierre:
Welke Maastrichtenaar kende hem niet, de schrik van Quartier Latin, de altijd in het wit geklede clochard, de roeie Pierre. Wellicht kunnen enkele bezoekers van dit forum zich hem herinneren
De bijnaam roeie Pierre hoorde bij Pierre Geijsen, weliswaar zo kaal als een biljartbal maar de naam rode Pierre had hij te danken aan zijn onverzorgde rode Catweazle baard, die opvallend contrasteerde met zijn bevlekte witte pak dat zo nu en dan op kosten van enkele kroegbazen werd gestoomd, als het weer eens zover was dat de geur van het pak zijn komst al op afstand aankondigde.
Het grootste gedeelte van zijn dagelijkse bezigheid was het onwrikbaar vast geklonken zitten aan de toog van een van z’n stamcafé ‘s, ’n sigaar in de linker hand, ’n drupke (glaasje jenever) in de andere en ’n glas bier voor ‘t grijpen.
Pierre was in 1930 in Meerssen geboren en had na zijn studie aan de Jan van Eyk academie de grenzen van de stad Maastricht zelden overschreden, met uitzondering van z’n nachtelijke uitstapjes, na sluitingstijd van de Maastrichtse kroegen, naar een nachtuitspanning in Vroenhoven, net over de grens met België waar de inname van alcohol de gehele nacht mogelijk was, tenzij niemand hem vervoer wilde geven, dan bleef hij de rest van de nacht droog staan wat zijn humeur ernstig verstoorde, waarvan zijn buren de wrange vruchten plukten en hem ten einde raad maar een voorraadje jenever brachten, om tenminste die nacht nog een oog dicht te kunnen doen.

De schrik van Quartier Latin, de kroegenbuurt van Maastricht, was in 1930 in Meerssen geboren en stierf in 2000 in zijn eeuwige witte pak, die tweede huid werd zijn doodskleed. Zijn ambitie was een beroemd kunstenaar worden zoals Charles Eyck waarvan hij beweerde dat het ’n vriend was, maar de aanvankelijk wakkerende vlam van ambitie veranderde geleidelijk in een armzalig spaarvlammetje, zijn leven verzandde al vroeg in het aanlokkelijke drijfzand van ’n kroegenbestaan en stortte hem in ’n alcoholverslaving.
Aan het einde van zijn leven mocht Pierre nog slechts in 2 café’s komen. Hij strompelde van stamcafé Tribunal van Lou Grous naar stamcafé ’t Knijpke, van de flamboyante Jef Vliegen en terug, voorovergebogen in zijn verfomfaaide witte pak, angstig turend naar oneffenheden in het bonkige Maastrichtse straatplaveisel, waar hij wijdbeens, luid vloekend omheen laveerde.
De verwensingen hielden niet op want de struikelgevaren door ongelijk liggende kinderkoppen die hem volgens de strekking van de verwensingen naar het leven stonden, kenden geen einde. De littekens en bloeduitstortingen in zijn gezicht en op zijn door drank misvormde bloemkoolneus, getuigden van de keren dat hij zwalkend van zatheid, zijn neus schond en languit “voor de keien” ging.
In café Tribunal hoorde hij bij de inboedel, maar werd vaak door Lou de uitbater buiten gezet als hij lastig werd en het vrouwvolk onfatsoenlijk bejegende door b.v. zijn duim tussen wijsvinger en middelvinger te steken in de richting van vrouwelijke bezoekers van het café die hem wel konden bevallen en met z’n bezopen stem het woord “vogelen” ( Maastrichts voor copuleren) eruit gooide. “Hei kom ich noets mier,” waren dan z’n kwade afscheidswoorden als hij was weggestuurd en z’n boze kop nog ’n keer om de deur stak “hier kom ik nooit meer.” Maar nooit was relatief bij de welbekende heer Geijsen met de kwade dronk en het woord sorry ontbrak aan zijn vocabulaire, de volgende ochtend kwam hij dan gewoon weer binnen stommelen om op z’n vaste plek aan de toog te klimmen, bij de draaideurtjes naar de toiletten.
Hij viel niet meer op in zijn witte pak in het bruine café, als je binnen kwam, wat wél opviel was: als de plek leeg was. Het interieur oogde dan incompleet.
Pierre was voortdurend met projecten in de weer, zoals het vertalen van de bijbel in ‘t Maastrichtse dialect wat hij me wilde doen geloven toen ik ‘n keer naast hem aan de bar van café Tribunal zat. “Maastrichts zou een wereldtaal moeten zijn, de taal van de ultieme poëzie en melodieuze klankkleur, het is ’n schande dat het niet wordt onderwezen op de basisschool”, vertelde hij bloedserieus met het schuim van het bier in zijn baard. “En de Bijbel, het boek der boeken, past bij Maastricht, de stad der steden nietwaar?
Onmiskenbare kwaliteiten trekken elkaar aan, ze zoeken elkaar op, om elkaar te verrijken. Vandaar dat ik mijn bijdrage lever aan het verrijken van de Bijbel door deze te vertalen in de rijkste taal die er is. ” Verbaasd moest ik concluderen dat hij serieus was en zijn chauvinisme niet werd geveinsd. En wat de staat der zatheid betreft: het drupke was nog vol, hoewel ik niet wist hoeveel hij er al achterover had geslagen.

Het enige project dat Pierre ooit met verve tot een einde bracht, was het proeven en becommentariëren van in welke kroeg het beste en meest perfect tot de rand gevulde “drupke” werd geschonken.

Groet Theo
Laatst gewijzigd door mansvelste op za 15 feb, 2020 21:35, 1 keer totaal gewijzigd.

Gebruikersavatar
Twécévé
Veelvuldig poster
Veelvuldig poster
Berichten: 1743
Lid geworden op: di 22 apr, 2003 12:39
Contacteer:

Bertone

Bericht door Twécévé » vr 31 jan, 2020 19:46

Mooie verhalen. Ik dacht ‘zuigt hij dat nu uit zn duim?’ Ik googelde eens en kwam deze man idd tegen. Met foto’s en al.

https://mestreechtersteerke.nl/pag_roeijepierre.htm

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 31 jan, 2020 20:47

Hallo Twécévé, bedankt voor de link

Dat artikel kende ik nog niet, er staat trouwens een fout in. De kardinaal was geen bijnaam van de roeie Pierre, maar van de zoon van een rijke belangrijke Maastrichtenaar die in het "geleende" (zal ik maar zeggen) paarse kazuifel van een deken alles en iedereen zegende in de Boschstraat, zoals ik al vertelde.
Roeie Pierre had wel nog de bijnamen Pielou ( omdat hij altijd bij Lou in de Tribunal zat) en de missionaris ( witte pak).

Jammergenoeg moet ik de verhalen die ik al een tijd geleden heb geschreven flink inkorten, omdat ze anders teveel plaats innemen. Maar over Roeie Pierre en andere clochards uit Maastricht, Parijs en Aken was zoveel interessants te vertellen, dat ik het niet kon nalaten om het op te schrijven, temeer omdat mijn ziekelijke nieuwsgierigheid me dwong om uitgebreid met ze te praten.

bedankt voor je link theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » ma 3 feb, 2020 15:34

Raadsel.


Is de Mille Miglia ooit door 'n 2 cv gereden?
Ik kwam gisteren een artikel tegen dat ik vele jaren geleden heb geschreven en nog wat moet aanpassen aan deze tijd.

groet

Theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » di 4 feb, 2020 08:34

Tip

Wil je 's werelds grootste spektakel meemaken op autogebied, boek dan nu al een hotel, want alle hotels zitten op de dag van de inspectie vol in het hele gebied.

Mille Miglia 2020, Piazza Vittoria, Brescia van 11 tot 16 mei. Brescia - Rome - Brescia.
Auto's van 1927 - 1957.
Als je 's werelds meest iconische auto's wilt bekijken en ook de beroemdste acteurs, prinsen, coureurs, multimiljonairs, zorg er dan voor dat je op tijd een slaapplaats reserveert in de buurt van Brescia.
Eens in z'n of haar leven moet 'n klassieker liefhebber het hebben meegemaakt.
De vraag staat nog open, heeft 'n 2 cv ooit meegedaan?
groet
Theo

Gebruikersavatar
AZL57
Heavy user
Heavy user
Berichten: 4168
Lid geworden op: zo 2 sep, 2007 22:08
Locatie: kerkrade

Re: Bertone

Bericht door AZL57 » di 4 feb, 2020 11:55

Er hebben eenden meegedaan in 54 en 55. In 55 was het zelfs een Dagonet.
Afbeelding
diverse Citroens, wat anders.

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » wo 5 feb, 2020 01:22

Wow, AZL ! In de roos.


Hier kan ik mooi op inhaken met mijn verhaal dat ik heb vernomen uit de mond van een van de organisatoren van de Mille Miglia en dankbaar heb opgetekend.

groet
Theo

mansvelste
Gebruiker
Gebruiker
Berichten: 124
Lid geworden op: zo 8 sep, 2019 20:25

Re: Bertone

Bericht door mansvelste » vr 21 feb, 2020 12:51

2 CV Dagonet

Jean Dagonet werd aangestoken door ’t virus toen hij de middelbare leeftijd al achter zich had gelaten.. Hij was de 60 gepasseerd en in tegenstelling tot de meeste lotgenoten was hij ongeneeslijk besmet en kwam hij er nooit meer vanaf. Hij hoefde niet in quarantaine, dat dan ook weer niet en een mondkapje was ook niet nodig, want het virus dat hij had opgelopen was hoogstens overdraagbaar op zijn kinderen , maar toch koos hij vrijwillig voor afzondering om zich volledig te richten op zijn passie. Zijn zelf gekozen quarantaine was ’n stoffige werkplaats met slaapgelegenheid waar niemand mocht storen.

Het 2 CV virus dat hem gegrepen had vanaf het moment dat de eerste eend in 1948 aan een verwonderde wereld werd gepresenteerd, veranderde hem in ’n door de buitenwereld bestempelde maniak. Het briljante concept, de povere excentrieke uitvoering en het feit dat het ding uitblonk in lelijkheid en daarom toch een zekere mate van schoonheid uitstraalde, brachten hem in vervoering. Zijn liefde ontlook toen hij er voor de eerste keer in gereden had.
Maar…! Jean had nog een liefde en die strookte niet met het gezapige imago van een lelijke eend: zijn liefde voor alles dat met snelheid te maken had. Dat dwong hem ertoe het weinig viriele, mager met pk’s bedeelde originele motortje van z’n 2CV , in 1952 op te voeren tot 425 cm/3 om het saaie wicht een beetje sportwagenallure mee te geven. Het krachtigere motortje werd de kers op de taart van zijn ontwerp en het verhaal ging dat Citroen wel eens stiekem wilde proeven van die taart. Dat het gesmaakt moet hebben blijkt wel uit het feit dat ze niet lang daarna in 1954 zelf met een 425 cm/3 motor uitkwamen voor hun volgende serie eenden. Volgens de Franse fiscale regels kon dit nog net, maar toen Dagonet verbolgen als hij was over de spiekmentaliteit van de fabriek, zijn volgende model opwaardeerde naar 435 cm/3, overschreed hij die fiscale grens hetgeen hem noopte zijn deux chevaux om te dopen in een trois chevaux.

Maar terug naar zijn vorige model: toen Jean ver gevorderd was met zijn 2 CV racing eend, kwam hij op het idee dat spaakwielen er ook wel bij zouden staan en een gulzige luchthapper op de motorkap zou het tamme imago van z’n Donald wel eens de ladder op kunnen helpen van de graadmeter der stoerheid. Dat was zijn streven, de eend verlossen van zijn vleugellamme imago en dit te bewijzen op het meest prestigieuze toernooi ter wereld voor potente auto’s , de Mille Miglia. De eend met de killeruitstraling was geboren en begaf zich richting Brescia met de bloedfanatieke Jean Dagonet in coureurstenue achter het stuur.
“Brescia Rome Brescia”, moet hij gedacht hebben,” dat gaan we even doen, duizend mijl, nou en”.
En hij deed het, achterna gewezen door de talloze toeschouwers langs de route: “kijk die optimist daar!” Met nummer 11 op de flanken raasde hij naar een verdienstelijke plaats in de eindrangschikking . Zijn naam was gevestigd en de verschillende met regelmaat elkaar opvolgende modellen vonden vanaf dat moment bescheiden aftrek.
Jean was niet alleen een bewonderaar van glanzende gemotoriseerde schoonheid, ook vrouwelijk schoon kon hem verrukken en daarin ging hij zo ver dat hij de diverse opgewaardeerde 2CV modellen die hij in de markt zette, vernoemde naar de jonge vrouwen in zijn familie- en kennissenkring, waarbij het opviel dat hij slechts koos voor de namen van de vrouwen die het knapste voorkomen hadden. Bij de minder mooie exemplaren van het vrouwvolk viel dat niet in goede aarde.
Het mooiste en spectaculairste model dat hij bouwde kreeg de opmerkelijke naam Ghislaine, een prachtige poëtische naam voor ’n vertegenwoordiger van ’t zwakke geslacht , maar ’n beetje misplaatst voor ’n auto. Zijn favoriete knapste nichtje Ghislaine was ermee verguld, de rest van zijn vrouwelijke familieleden geshockeerd, ze vervloekten hem hartsgrondig en vonden hem maar ’n onfrisse oude viezerik.
Duitsers kunnen dat zo toepasselijk zeggen:
“Ein alter Mann mit Torschlusspanik.”
In de Nederlandse taal zou ik niet weten hoe je zoveel met zo weinig woorden kunt zeggen. De eventuele Torschlusspanik van Jean Dagonet behoeft geen verder betoog, met die 2 woorden is ’n uitvoerige beschrijving van z’n gemoedstoestand, tekortkomingen en excentrieke karakter weer gegeven. Hoe rijk kan ’n taal zijn.

(Opgetekend uit de verhalen van een van de organisatoren van de Mille Miglia over de vele tot de verbeelding sprekende deelnemers).

Groet

Theo

Plaats reactie